We gaan werken in 4 blokken van ongeveer 10 weken. Per blok staat er een thema centraal en daaraan gekoppeld een grote opdracht. Per leergebied en vak krijgen de leerlingen een project dat bestaat uit deelopdrachten. Door deze deelopdrachten werken ze in kleine stapjes richting de grote opdracht.

De deelopdrachten geven houvast en structuur, waardoor leerlingen ze tijdens de lesblokken zelfstandig kunnen werken. Binnen het project krijgen ze geregeld de ruimte om zelf keuzes te maken. Keuze in een opdracht, maar ook keuze met wie ze willen samenwerken, waar ze dat willen doen en hoelang ze aan een opdracht willen besteden.

Ieder blok kent een vaste structuur; een grote kick-off met alle leerlingen uit de jaarlaag waar we het nieuwe blokthema introduceren. Vervolgens gaan de leerlingen samen kennis vergaren, ze krijgen inspirerende lessen van docenten of externe experts, ze werken aan deelopdrachten – soms in een groepje en andere keren alleen – ze doen onderzoek, gaan op excursies en aan het einde sluiten we het project gezamenlijk af met een eindopdracht. Tussentijds is de leerling in gesprek met zijn begeleider over zijn voortgang en leren we hem na te denken over de stappen die hij heeft gezet en nog wil gaan zetten (reflecteren).

Ook vanaf de 4e klas, wanneer hij een vakkenpakket heeft gekozen, blijft een leerling werken aan projecten die zijn gekoppeld aan een thema en een grote opdracht. Alleen maakt hij nu geen leergebiedop- dracht meer, maar krijgt hij per vak een grote opdracht die aansluit op het blokthema. Op deze manier blijft er samenhang tussen de vakken en kan hij zich specialiseren in de gekozen vakken. De docenten blijven in de bovenbouw binnen een leergebied samenwerken, om met elkaar te kijken waar ze overlap zien in onderwerpen en vaardigheden. Op deze manier maken we ook het onderwijs in de bovenbouw betekenisvol voor de leerlingen.