Maria Montessori werd op 31 augustus 1870 in Chiaravalle, Italië, geboren. Ze studeerde wiskunde, biologie, Italiaans, Latijn, was een van de eerste vrouwelijke studenten geneeskunde van Italië en in 1896 werd zij de eerste vrouwelijke arts.

In datzelfde jaar kwam ze in een ziekenhuis in Rome in contact met ‘idiote’ kinderen. Ze ontdekte dat deze kinderen helemaal niet ‘idioot’ waren, maar dat ze zich, volstrekt verstoken van enig speelgoed of leermiddel, nooit hadden kunnen ontwikkelen. Zij trok zich het lot van deze kinderen aan. Ze verdiepte zich in psychologie en pedagogie en ontwikkelde een methode, geïnspireerd door het werk van de artsen Itard en Seguin, waarbij zintuiglijk ontwikkelingsmateriaal belangrijk is.

Maria Montessori bezocht door de jaren heen verschillende landen waar zij lezingen en cursussen gaf over haar Montessorimethode. In 1936 vestigde zij zich in Nederland. De kern van haar methode wordt vandaag de dag vaak samengevat in de uitspraak: ‘Help mij het zelf te doen’. Het uitgangspunt is dat ieder kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Opvoeding en onderwijs moeten zien wat de behoeften van een kind op een gegeven moment zijn en daarop inspelen, door de juiste omgeving en materialen te bieden.

(bron: Montessori.nl)