In de pilot gaan we het onderwijs op een andere manier vormgeven; dat betekent ook dat we veel aandacht besteden aan de manier waarop we zicht houden op de kwaliteit van ons onderwijs en de voortgang van de leerling. Dat doen we door focus op onderstaande aandachtsgebieden:

1.Het curriculumontwerp

Als basis voor het curriculum maken we gebruik van de kerndoelen (onderbouw) en eindtermen (bovenbouw) die zijn vastgesteld door de overheid. Vervolgens gebruiken we de overige ruimte om de andere doelen rondom persoonsontwikkeling en socialisering in te bedden.

2. Samenwerking docenten

Het curriculum en de uitvoering ervan komt tot stand door nauwe samenwerking tussen collega docenten. De vakcollega’s bepalen met elkaar welke kerndoelen en eindtermen behandeld worden bij een bepaald thema en zorgen ervoor dat deze worden afgedekt binnen de projecten. Door tussentijds met elkaar te overleggen, lessen te bekijken, te evalueren en bij te sturen waar nodig, wordt de kwaliteit gewaarborgd.

3. Nabijheid

Door als team om de leerling heen te staan, is het makkelijker om als docentengroep zicht te houden op een bepaalde klas en/of leerling. Ons uitgangspunt is daarnaast om wekelijks een leerlingbespreking in te plannen, waar als team per keer een aantal leerlingen wordt besproken.

Iedere docent geeft de leerling geregeld schriftelijke feedback. Deze feedback kan mogelijk ook een onderdeel zijn van de eigen portfolio van de leerling. Tijdens de schoolcarrière op het MLA#2 houdt de leerling zelf zijn portfolio bij. We willen dat hij een document heeft waarin hij zijn eigen ontwikkeling kan volgen en deze ook zichtbaar wordt. Hiermee krijgt de leerling controle op zijn eigen leerproces.

4. Beoordeling

We geven de leerlingen in deze aanpak geen cijfers. Dit betekent niet dat we niet weten hoe de leerling ervoor staat. Integendeel zelfs. We volgen zijn ontwikkeling continu en niet alleen pas aan het einde van een blok bij een toets. We maken daarbij gebruik van de strategieën van het formatief handelen.

Per blok is er een aantal leerdoelen opgesteld. Gedurende het blok worden er opdrachten en werk gemaakt en aan de hand van alles wat hij doet in de les, houden we zijn voortgang in de gaten. Tijdens het project hebben we gesprekken met de leerling waarin we aangeven of hij een leerdoel beheerst.

Afhankelijk van het werk dat de leerling maakt en inlevert, kijken we op welk niveau hij op dat moment, per opdracht staat. Hierdoor ontstaan er geen pieken in een lesperiode en werkt hij niet van toets naar toets. Het formatief werken sluit niet uit dat we misschien wel één of twee keer per jaar een toets zullen afnemen waar we de leerling een cijfer voor geven. De uitkomst van deze toets wordt gebruikt als extra gegeven en het cijfer geeft ons en de leerling een indicatie op welk niveau hij is. Belangrijk is wel dat deze toetsen niet gebruikt zullen worden als middel van afrekening van de leerling; alles wat de leerling doet, maakt en/of inlevert telt namelijk mee.